het was op een bonte zaterdagavond dat ik alle mijn vrienden en bekenden een kinderlied hoorde zingen.

in het begin was het een scene ergens tussen het schattige en het belachelijke: we waren op een fuif en de DJ draaide het nummer van kinderen voor kinderen. iedereen trok zijn/haar beste "Hollands" uit de mouw, iedereen kende de tekst van buiten.
"kinderen voor kinderen/Een kind is hier zo rijk/Kinderen voor kinderen/Het is zo ongelijk" zongen zij tussen het lachen en hun herinneringen van speeltuinen en sneeuwbalgevechten.
zij zwaaiden van een kant naar de andere met hun handen omhoog, het bewijs dat om 4 uur s' morgens iedereen op alles kan dansen.
en het liedje ging verder en zij zongen allemaal mee:
Een kind onder de evenaar/Wordt later vaak een bedelaar/Kinderen voor kinderen/Voor kinderen van daar
ik kon het niet geloven.
hoe was het mogelijk dat niemand dat "incorrect" vond, een liedje zingen dat op zo'n evidente manier een vooroordeel over de subevenaars jeugd vormt? maar niemand reageerde. en geloof mij, er waren van die geëngageerde types, van die militanten van respect en gelijke kansen. welopgevoede mensen. hoogopgeleide mensen. maar niemand bleek na te denken over wat zij volmondig meezongen.
ik heb dan iemand vastgepakt en vroeg of die niet besefte dat hij in de praktijk vaststelde dat een kind dat geboren wordt onder de evenaar gedoemd is om een clochard te worden en die werd dan wakker en begon te lachen, omdat hij niet wist hoe hij kon reageren, en zei "amai, ik had daar nog nooit bij stilgestaan".
ik heb verschillende versies gehoord van dezelfde zin en dezelfde ongemakkelijke lach van IEDEREEN bij wie ik met die opmerking kom. NIEMAND had daar OOIT bij stilgestaan. en zij hebben dat rijkelijk gehoord en gezongen door de jaren heen.

aan de andere kant, als ik naar de fietsenmaker moet gaan (de beste fietsenmaker van de stad moet ik wel zeggen: hij denkt nooit dat ik achterlijk ben, en vraagt altijd 5 euro minder dan de rest) legt hij alles uit naast een klein standbeeldje van een "negerke" dat, dankzij een slim systeem, als je in zijn handen een muntje laat, zijn hoofd beweegt in een gebaar dat akkoord gaat met het plakaatje dat leest "Merci", aan zijn voeten.
daarover sprak ik met een vriend, een Vlaming die, gefascineerd met die gedachte, de erfenis van het koloniale paternalisme begon op te sommen. en hij vertelde kleurrijke hoofdstukken van zijn kindertijd (hij is een dertiger) waarin een ballonnenverkoper altijd eentje had van een "negerke", id est, een zwarte ballon met een glimlach en een dikke neus. en hij lachte daarmee. ik begreep dat die lach een lach van schaamte was. een lach van het plots beseffen hoe diep de wortels van het paternalisme liggen in het Vlaams volk, in het post-koloniaal-Europees volk. dat is het Europa dat niet kan zien dat "Tintin au Congo" een racistische benadering is van een blanke tiener die gezien wordt als een God door zijn zwarte onderdanen. hoewel het geschreven werd vanuit een kolonialistisch standpunt, omdat het niet anders kon, daarover klagen is voor Vlaanderen een bewijs van de "lange tenen" van de allochtone gemeenschap.
en inderdaad, het zou idioot zijn zoiets te censureren, want het is maar een document, een weerspiegeling van de koloniale zeitgeist, maar naar zoiets niet durven kijken met een zelfkritische humor is even belachelijk.
en hij zegt dat het inderdaad nog een paar generaties zal kosten tot dat hij en de rest niet meer naar ons kijken met een blik van
ocharme die mensjes, want zij zijn opgegroeid door een (goed bedoelde) medelijdenscultuur die nu nog de media en de politiek en het ontwikkelingssamenwerking domineert. zulke mensen eisen dingen van een Congolese President en vinden dat het normaal is (die zijn toch zijn zwarte onderdanen, denkt hij). zulke mensen kopen een geweer en als die iets nuttig willen doen met hun bestaan gaan zij op straat om wat
marouffen neer te schieten (die zijn toch allemaal criminelen en profiteurs, denkt hij). zulke mensen laten zich niet trouwen door een "neger" (een "neger" staat niet goed op een trouwfoto, denken zij).
hij zegt dat hoewel wij allemaal gelijk zijn in zijn ogen, dit pas gebeurt nadat je iemand leert kennen. maar voordat iemand een identiteit krijgt, is er een onbewust beeld en dat is het beeld van de miserie, de armoede en de criminaliteit.
vaak word ik gevraagd of ik van plan ben om in België te blijven wonen. vaak heb ik gehoord dat ik in België ben omdat ik een "professionele jongen met gezonde ambitie" ben (nee, ik ben naar Anvers gekomen omdat ik mijn Frans wou oefenen). vaak heb ik mensen moeten uitleggen dat ik niet echt hier ben omwille van het "uitstekende sociale zekerheidssysteem". want zij veronderstellen dat ik hier per se oud wil worden. en dat kan gebeuren, maar op dit ogenblik ben ik niet echt van plan om oud te worden.
vaak heb ik deelgenomen aan discussies waar op een goed bedoelde manier de derdewereldse hoofdpersonages van een fictieverhaal bedelaars worden op het einde, en niemand begrijpt waarom ik daarvan woest word. "maar als dat zo is, waarom word je daar woest van?", vragen zij en zij zullen denken dat mijn gedrag absurd is.
zij denken niet dat ik een paradijselijk beeld heb van een ouderdom aan de zee. zij kunnen niet geloven dat ik mijn kinderen wil zien groeien op de altiplano. zij kunnen zich niet inbeelden dat ik een oude leraar wil worden op een schooltje ergens in de bergen.
zij denken dat als ik terug ga ik een bedelaar zal worden. ik zal onvermijdelijk sterven want de ziekenhuizen marcheren niet of misschien zal ik vermoord worden door iemand die mijn schoenen wil stelen.
en zij doen dat omdat zij mij graag hebben. omdat zij bezorgd zijn over mij.
want er zijn dingen die je moeilijk kan verstaan als die niet lijken op wat je als kind geleerd hebt.